Het amendement trekt de maximumleeftijd voor externe instroom én voor het behoren tot het reservekader op tot 67 jaar, in lijn met de wettelijke pensioenleeftijd vanaf 2030. Tegelijk wordt een bijkomende, minder relevante leeftijdsgrens geschrapt, waardoor voortaan één duidelijke en uniforme norm geldt.
Volgens Buysrogge is deze hervorming noodzakelijk in het licht van de huidige veiligheidscontext: “De reserve zal in de toekomst een steeds belangrijkere rol spelen binnen Defensie, onder andere bij de bescherming van ons grondgebied en bij de ondersteuning van het actieve kader van Defensie. Dat blijkt ook duidelijk uit de plannen van minister Francken. Net daarom moeten we drempels wegwerken en ervoor zorgen dat gemotiveerde mensen met waardevolle expertise zich kunnen engageren.”
Meer mensen, meer expertise
Tot nu toe vormden strikte en versnipperde leeftijdsvoorwaarden vaak een rem op de instroom van geschikte kandidaten. Vooral voor functies waarin specifieke of schaarse expertise nodig is, zat die regeling in de weg. Met deze wijziging verruimt Defensie haar rekruteringspool aanzienlijk, zonder toegevingen te doen op het vlak van medische of fysieke geschiktheid.
Daarnaast zorgt de voorgestelde wijziging voor meer rechtszekerheid en coherentie in de regelgeving. Lagere uitvoeringsbepalingen die niet langer stroken met de wet, zullen daardoor kunnen worden opgeheven, in overeenstemming met het principe van de hiërarchie der normen.
Geen vrijblijvend engagement
Buysrogge benadrukt wel dat het statuut van reservist geen vrijblijvende keuze is. “Reservemilitairen kunnen worden opgeroepen. Net daarom is het logisch om een duidelijke leeftijdsgrens te koppelen aan de pensioenleeftijd, met ruimte voor uitzonderingen waar dat operationeel verantwoord is”, besluit Buysrogge.
Het amendement past binnen de bredere ambitie om Defensie weerbaar, flexibel en toekomstgericht te maken en het reservekader uit te bouwen tot een volwaardige versterking van het actieve leger.